Valid XHTML 1.0!

PoetryIn-e-Motion

Drop us a line in the guestbook... Or contact Arno or Anna
Poems and short stories ©   by Arno and Anna unless differently stated (Disclaimer).

Deel I was toch niet helemaal wat ze in gedachten had, TE real-life en te onwetenschappelijk, daarom volgde er een deel II. Welke het om dezelfde reden niet tot het eindresultaat haalde. Helaas.

De proteïne en de bacterie (II)

Niet zo lang geleden was er eens een mooi jong eiwitje. Ze zwom druk in het rond, steeds maar om zich heen kijkend of er niet een kwade bacterie of andere indringer in haar buurt kwam. Normaal gesproken was ze heel lief en ze had een heel zachtaardig karakter. Maar ze had een gruwelijke hekel aan indringers en cellen die met gemene en verkeerde bedoelingen bij haar in de buurt kwamen.
Op een gegeven moment was ze even bezig met haar make-up toen ze in haar spiegeltje, achter haar, een grote rode bacterie zag opdoemen.
Het kwam geen moment in haar op dat deze grote rode bacterie wel eens sterker zou kunnen zijn dan zij, want ze had het altijd van iedereen gewonnen.
De grote rode bacterie leek echter het soort dat ook nog niet eerder verloren had van iemand, en hij kwam zelfverzekerd op haar afzwemmen.
Het lieve eiwitje had al een ideetje over hoe ze deze grote rode bacterie zou aanpakken.
De grote rode bacterie keek boos naar haar en wilde haar aanvallen. Maar het lieve eiwitje keek naar hem met een verleidelijke blik.
    "Dag mooie knappe man," zei het lieve eiwitje met een zwoele stem.
De grote rode bacterie was even van zijn stuk gebracht en wist niet goed wat hij moest doen.
Toen begon hij te glimlachen en groette het lieve eiwitje terug.
    "Dag mooie dame, hoe gaat het met u vandaag?"
    "Met mij gaat het wel goed," antwoordde het lieve eiwitje. "Hoe gaat het met u morgen?"
    "Morgen?" antwoordde de grote rode bacterie verbaasd.
    "Jahaa, morgen," zei het lieve eiwitje bevestigend.
De grote rode bacterie was nog meer van zijn stuk gebracht. Hij was nog nooit een eiwitje tegengekomen, dat tegen hem praatte, laat staan eentje die hem vroeg hoe het morgen met hem zou gaan.
    "Ik weet niet hoe het morgen met mij gaat, want het is nog geen morgen. Wat een vreemde vraag."
    "Zal ik u eens wat vertellen? Ik weet wel hoe het morgen met u gaat."
De grote rode bacterie keek met een verwonderd gezicht, maar kreeg geen kans om antwoord te geven, want het eiwitje sprak weer verder.
    "Morgen gaat het helemaal niet zo goed met u. Sterker nog: u haalt het helemaal niet tot morgen."
En op hetzelfde moment dat ze dat zei, rolde ze met grote snelheid op de grote rode bacterie af en vrat hem met huid en haar op.
Een luide boer was de enige getuige van het wrede schouwspel dat zich slechts enkele seconden daarvoor nog had afgespeeld.
En daarna ging het lieve eiwitje weer verder met haar make-up.