home
dutch poetry
english poetry
(short) stories
journal of stupidities
weblog (in Dutch)
miscellaneous
2002
2003
2005
2004
17 december 2004
13 december 2004
8 december 2004
19 november 2004
27 oktober 2004
21 oktober 2004
13 oktober 2004
8 oktober 2004
7 oktober 2004
30 september 2004
24 september 2004
14 september 2004
31 augustus 2004
26 augustus 2004
23 augustus 2004
12 augustus 2004
6 augustus 2004
2 augustus 2004
30 juli 2004
28 juli 2004
23 juli 2004
19 juli 2004
17 juli 2004
30 juni 2004
29 juni 2004
28 juni 2004
27 juni 2004
26 juni 2004
25 juni 2004
23 juni 2004
23 mei 2004
21 mei 2004
17 mei 2004
6 mei 2004
4 mei 2004
2 mei 2004
29 april 2004
22 april 2004
17 april 2004
6 april 2004
2 april 2004
24 maart 2004
29 februari 2004
27 februari 2004
25 februari 2004
23 februari 2004
4 februari 2004
1 februari 2004
28 januari 2004
23 januari 2004
15 januari 2004
12 januari 2004
8 januari 2004
Drop us a line in the guestbook... Or contact Arno or Anna
Poems and short stories © by Arno and Anna unless differently stated (Disclaimer).
Afgelopen weekend zijn we nog een keertje bij opa en oma in het zomerhuisje op het eiland geweest. Het was onze laatste kans deze zomer, want volgend weekend trekt opa de boot op de kant voor de winter.
Nog lekker een lang weekend vakantie. Yeah, right!
De eerste nacht. Het was een uurtje of kwart voor drie, gaat ineens m'n telefoon. Ik heb het ding nooit uit staan, en bijna nooit zonder geluid, dus dat was wel even schrikken. Helemaal omdat je normaal gesproken niet verwacht dat je midden in de nacht gebeld wordt. Ik dacht meteen het ergste, dat er wat thuis gebeurd was of zo.
De display van de telefoon gaf een onbekend nummer. Dat gebeurt wel vaker, vooral met mensen uit Nederland die met een carrier bellen (Tele2 of OneTel of zoiets).
Ik pak de telefoon, neem op en zeg m'n naam. Afgezien van foute, te harde muziek, niks. Ik wacht even en hang dan weer op. Een paar seconden later gaat de telefoon weer. Ik neem weer op en zeg weer m'n naam. Hetzelfde verhaal. Te harde muziek, maar niemand die wat zegt. Ik hang weer op. Een paar seconden later gaat de telefoon weer! Nu neem ik op met een geïrriteerd "MITÄ?!" (Da's "WAT MOT JE?!", vrij vertaald). Even niks, en ik sta op het punt om weer op te hangen, hoor ik ineens "Gababblabalalababaalalabaalalalalalabbagababaalala". Dat klonk redelijk Arabisch, en ik had al gauw genoeg gehoord, dus ik hang weer op. Een paar seconden later gaat de telefoon weer. Nu neem ik op met een nog gerriteerder "You've got the wrong number, DON'T call again!" ("Je hebt het verkeerde nummer, HOU OP met bellen!"). Daarna heb ik de telefoon zonder geluid gezet, maar warempel, de idioot belde niet nog eens.
Ik heb vast een hele indrukwekkende stem... *ahem*
Daarna heb ik niet lekker meer geslapen, en ik was volledig aan de latten de volgende morgen.
De volgende nacht was een beetje beter, het was geen kwart voor drie, maar half acht. En het was geen telefoon, maar een poes.
Oh ja, was ik vergeten te zeggen. De poes was ook mee! Die vond het geweldig daar. Vooral de slaapkamer, want er waren stapelbedden en plankjes en schapjes waar het beest mooi op kon springen.
Dat was op zich niet zo'n probleem, daar slaap ik wel doorheen. Maar rond een uurtje of half acht in de morgen was een vlieg erin geslaagd om de slaapkamer binnen te komen. En als dat gebeurt, en de poes merkt het, is het hek van de dam. Dan wordt ze helemaal gek.
Ik werd dus wakker van vier poten die op m'n hoofd landden omdat de vlieg zo vriendelijk was geweest zich naar het hoofdeinde van mijn bed te begeven.
Dat was dus de tweede nacht.
Ondanks dat was het toch wel weer gezellig, en het was zelfs mooi weer. Eén van de weinige mooie dagen van deze zomer.
Gisteren heeft het openbaar vervoer hier gestaakt. Geen bussen, geen trams en geen metro's. De treinen gingen wel, en een aantal bussen, maar die waren van een andere maatschappij.
Op dit soort dagen kun je zien hoeveel mensen nou eigenlijk gebruik maken van het openbaar vervoer in deze regio. Alle toegangswegen naar Helsinki, vooral uit het oosten, zaten potdicht. Ik moest ook in de stad wezen, en ik moest ook met de auto, maar ik kwam van de westkant, dus de schade viel voor mij nogal mee.
Maar toch...

